Annemieke Harkema
werd opgeleid aan de
Rijksacademie in Amsterdam. Hier
kreeg ze onder meer les van Wim
Vaarzon Morel, Norbert Olthuis
en Harry op de Laak.
 
van 1999 t/m 2015 lid geweest
LKG de Ploegh.
 
Lid van de Nederlandse Kring
van Tekenaars 

« Home
« Terug

Annemieke Harkema werkt regelmatig in Friesland, waar ze met trefzekere lijnvoering het land en de immense luchten op papier weet te zetten. Naast het wadden-oeuvre zijn er ook tekeningen van andere Nederlandse landschappen zoals bijvoorbeeld van de buiten gebieden rondom haar woonplaats, Amersfoort. En ze trekt met haar tekenboekje door het land waar ze is opgegroeid, langs de rivieren Het Gein, de Angstel en De Vecht.

 

 ZELFPORTRETTEN

"Land of luchtschappen vormen de laatste jaren, naast meer intieme botanische natuurweergaven, het belangrijkste onderwerp van haar tekenkunst. Aan de Waddenzee, onder invloed van de majestueuze luchten en imposante ruimtelijkheid, is Annemieke Harkema steeds monumentaler gaan tekenen. Het papierformaat is sterk toegenomen. Ook het tekenhandschrift is geevolueerd: van fijnzinnige natuurgetrouwheid naar grillige, emotioneel geladen expressiviteit, waarbij de vakvrouw echter nooit de controle verliest over lijnvoering en materiaal en het natuurlijke onderwerp nimmer uit het oog verliest. De focus op het landschap is tweeledig: enerzijds is er aandacht voor de landschappelijke elementen als akker, sloten en boomgroepen, anderzijds tracht de kunstenares de grootsheid, leegte en uitgestrektheid van het Noord-Friese Waddenlandschap met enkele lange, trefzeker aangebrachte krijtlijnen tot uitdrukking te brengen op papier. Grove, krachtige lijnen worden afgewisseld met kwetsbare partijen: netwerken van subtiele lijntjes die ogen als het meest verfijnde filigrain".

(uit: 'Wad getekend Annemieke Harkema'. tekst, Onno Maurer. Uitgave Museum Flehite )

 

 

De thematiek van Annemiekes vroege werk is vaak verhalend. Op een expositie in 1991 stond een serie prenten centraal die zij maakte naar aanleiding van een verhaal over zure regen. Door fantasie met waarnemingen uit haar directe omgeving te combineren, gaf zij beeldend invulling aan dit thema. Landschappen, menselijke situaties en stadsbeelden vormen de belangrijkste motieven. Puttend uit dezelfde bronnen maakt zij later tekeningen bij gedichten van Mark van Duyn.

Vanaf het einde van de jaren ‘90 treedt een versobering van de thematiek op en concentreert zij zich tenslotte uitsluitend op landschap en stilleven. In haar landschappen lijkt Annemieke in de eerste plaats op zoek naar sfeer en ruimte, die zij met minimale middelen weet op te roepen. In de stillevens laat zij zich inspireren door de natuurlijke vormen van vruchten, bloemen en bladeren. Met het verhalende element is ook de menselijke figuur voor enige tijd uit haar werk verdwenen. In deze periode experimenteert ze met verschillende grafische technieken: monotype, linosnede en droge naald.

Tussen 2008-2010 vindt opnieuw een omslag in haar werk plaats. Annemieke begint het gebruik van druktechnieken, die haar werk in de voorgaande jaren zo’n belangrijke impuls gegeven hebben, als belemmerend te ervaren en is op zoek naar nieuwe uitdagingen. In deze periode begint ze met het tekenen van landschappen op grote formaten. Het resultaat is een serie werken die zowel monumentaal als minimalistisch zijn. De blik van de toeschouwer verliest zich in de ruimtelijke suggestie van ijle vormen neergezet in houtskool en kleurpotlood.

Met het maken van portretten keert Annemieke terug naar een oude liefde uit haar academietijd. Het begon met het tekenen van vriendinnen – werk waarmee ze aanvankelijk niet naar buiten wilde treden – en heeft zich in de laatste jaren ontwikkeld tot een volwaardig genre binnen haar werk. Tegenwoordig portretteert Annemieke ook mensen van buiten haar eigen kring van bekenden.

In recent werk zien we het verhalende element terugkeren. Opnieuw laat Annemieke zich door tekst inspireren, zoals de poëzie van Tsjebbe Hettinga en het Hooglied. Daarnaast heeft zij zich ook zelf als schrijver ontwikkeld. Onder de naam Sypke Harkema publiceerde zij in 2017 het autobiografisch geďnspireerde boekje ‘Stil’. Dit boek volgt in een reeks van korte verhalen het leven van een kind dat, opgroeiend in een moeilijk gezin, een eigen weg probeert te vinden. Centraal staan de waarnemingen van de hoofdpersoon, die in nauwkeurig, uiterst sober proza worden beschreven. Emoties en gedachten zijn nergens expliciet, maar worden opgeroepen in de ruimte tussen de woorden. Zoals in haar landschappen toont Annemieke ook in dit werk het vermogen om met minimale middelen te overtuigen.

 Mick Thung